genderzorg minderjarigen

De architect van het Dutch Protocol: waarom Cohen-Kettenis het beleid raakt

16 juli 2026

Het Nederlandse behandelmodel voor genderdysforie bij minderjarigen begon met een Utrechtse casus uit 1998 en werd de internationale standaard. Een kritisch essay bij Genspect zet psycholoog Peggy Cohen-Kettenis, die het protocol ontwikkelde, opnieuw in het middelpunt van het debat.

Van één casus naar een wereldwijde norm

Het model dat internationaal bekendstaat als het Dutch Protocol — puberteitsremming vanaf de vroege puberteit, gevolgd door cross-sekse hormonen en later chirurgie — is volgens het eindrapport van de Britse Cass Review ontwikkeld door Peggy Cohen-Kettenis, oprichter van de Utrechtse genderkliniek (bron). Zij was eerste auteur van de casusbeschrijving uit 1998, toen verbonden aan het academisch ziekenhuis in Utrecht (bron), en mede-auteur van het artikel uit 2006 waarin het protocol volgens de Cass Review verder is uitgewerkt. Het protocol werd, in de woorden van de Britse socioloog Michael Biggs, de internationale standaard voor de behandeling van genderdysforie (bron).

Waarom dit het beleid raakt

De Nederlandse Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch sluit naar eigen zeggen aan bij de Standards of Care van de WPATH (versie 7, 2012) en de richtlijn van de Endocrine Society (2017) (bron). Cohen-Kettenis is mede-auteur van de richtlijnen van de Endocrine Society uit 2009 (bron) en 2017 (bron) en van versie 7 van de WPATH Standards of Care (bron), en zij was lid van de DSM-5-werkgroep voor seksuele en genderidentiteitsstoornissen (bron). Wie de bewijsbasis onder het protocol beoordeelt, beoordeelt daarmee indirect het fundament onder die kwaliteitsstandaard.

Een kritisch portret

In een essay bij Genspect (juli 2026) noemt Hermes Postma Cohen-Kettenis, vertaald uit het Engels, "de Nederlandse architect van een wereldwijd medisch schandaal". Postma wijst onder meer op hoge uitval en op sterfgevallen in een vroege follow-upstudie, op de Utrecht Gender Dysphoria Scale, een zelfrapportage-vragenlijst die volgens hem een volwaardige differentiaaldiagnose verving, en op het gegeven dat van de eerste 70 jongeren in de studie van De Vries e.a. (2011) er maar één heteroseksueel was. Dat laatste staat ook in het eindrapport van de Cass Review: 89 procent van die 70 viel op het eigen geboortegeslacht en één patiënt was uitsluitend heteroseksueel (bron). De overige punten zijn de kwalificaties van Postma; de onderliggende studies en de onafhankelijke evaluaties zijn afzonderlijk te wegen.

De onafhankelijke heroverweging

Los van dit portret concludeerde de Britse Cass Review (2024), op basis van systematische reviews van de Universiteit van York, dat er nog altijd een gebrek is aan bewijs van hoge kwaliteit (bron). Een Zweedse systematische review noemde het bewijs om de effecten van hormoonbehandeling bij kinderen met genderdysforie te beoordelen onvoldoende (bron). Volgens de Cass Review koppelen alleen de Finse richtlijn (2020) en de Zweedse richtlijn (2022) het gebrek aan robuust bewijs aan de aanbeveling om medische behandeling in onderzoeksverband te geven. Het belangrijkste bewijs voor het Dutch Protocol kwam volgens Biggs uit één Nederlandse studie onder 70 adolescenten (bron). Daarmee staat niet één persoon terecht, maar een heel behandelparadigma ter discussie.

Waar u verder kunt lezen

Een profiel van Cohen-Kettenis en het protocol staat op het dossier dutchprotocol.nl. Het oorspronkelijke essay van Hermes Postma is te lezen bij Genspect. Zie op deze site ook Genderzorg bij minderjarigen en Richtlijnen en WPATH.

Veelgestelde vragen

Wie is Peggy Cohen-Kettenis en waarom staat zij in dit artikel centraal?

Volgens het eindrapport van de Cass Review ontwikkelde zij het Dutch Protocol. Zij was eerste auteur van de casusbeschrijving uit 1998 en mede-auteur van de protocolbeschrijving uit 2006, van de Endocrine Society-richtlijnen van 2009 en 2017 en van versie 7 van de WPATH Standards of Care, en zij was lid van de DSM-5-werkgroep. Het protocol werd de internationale standaard voor de behandeling van genderdysforie bij jongeren.

Welke kritiekpunten noemt Hermes Postma in zijn essay bij Genspect?

Hij wijst op hoge uitval en op sterfgevallen in een vroege follow-upstudie, op de Utrecht Gender Dysphoria Scale, een zelfrapportage-vragenlijst die volgens hem een volwaardige differentiaaldiagnose verving, en op het gegeven dat van de eerste 70 jongeren in de studie van De Vries e.a. (2011) er maar één heteroseksueel was.

Wat concludeerden onafhankelijke reviews zoals de Cass Review over de bewijsbasis?

De Cass Review (2024) concludeerde op basis van systematische reviews van de Universiteit van York dat er nog altijd een gebrek is aan bewijs van hoge kwaliteit. Een Zweedse systematische review (Ludvigsson e.a., 2023) noemde het bewijs om de effecten van hormoonbehandeling bij kinderen met genderdysforie te beoordelen onvoldoende. Volgens de Cass Review koppelen alleen de Finse richtlijn (2020) en de Zweedse richtlijn (2022) het gebrek aan robuust bewijs aan de aanbeveling om medische behandeling in onderzoeksverband te geven.