Amerikaans Hooggerechtshof buigt zich over ouderlijk gezag bij gendertransitie van weggelopen minderjarigen
Het Amerikaanse Hooggerechtshof behandelt een zaak die bepaalt of ouders een rechtszaak mogen beginnen tegen wetten van de staat Washington die volgens hen ouders buitenspel zetten wanneer een weggelopen minderjarige in een opvang gendertransitiezorg zoekt.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft op 29 juni 2026 besloten een zaak te behandelen over de vraag of ouders naar de rechter kunnen stappen tegen wetten die volgens hen hun zeggenschap over de gendertransitie van hun minderjarige kind opzijzetten (bron). In International Partners for Ethical Care, Inc. tegen Ferguson staan wetten uit de staat Washington centraal over weggelopen minderjarigen die in een opvang verblijven en gendertransitiezorg zoeken. De klagende ouders stellen dat die wetten hen bewust buiten de besluitvorming houden; de staat bestrijdt dat.
Wat de Washingtonse wetten regelen
De zaak gaat over drie regelingen. De eerste is Engrossed Substitute Senate Bill 5599, een wet 'ter ondersteuning van jongeren en jongvolwassenen die beschermde gezondheidszorg zoeken' (vertaald), die toenmalig gouverneur Jay Inslee op 9 mei 2023 ondertekende (bron). Bob Ferguson, naar wie de zaak nu heet, was toen procureur-generaal van Washington en is als gouverneur in de plaats van Inslee als gedaagde gekomen (bron). Onder 'beschermde gezondheidszorg' verstaat de wet genderbevestigende behandeling en reproductieve zorg. Meldt een weggelopen minderjarige die zulke zorg zoekt of krijgt zich bij een erkende jongerenopvang, dan moet de opvang niet de ouders maar het Department of Children, Youth, and Families van de staat inlichten. Dat departement moet volgens de wettekst 'te goeder trouw proberen' (vertaald) de ouders te berichten dat er een melding is binnengekomen, en moet gezinsbemiddeling aanbieden (bron). De ouders voeren aan dat zij daardoor niet meer te horen krijgen waar hun kind is en hoe het eraan toe is; de staat stelt dat de wet alleen verandert wie de ouders inlicht (bron).
De tweede regeling is Substitute House Bill 1406, eveneens uit 2023. Daardoor mag een minderjarige tot negentig dagen in een erkende opvang blijven als de opvang de ouders ondanks pogingen niet bereikt, of als de ouders wel bereikt zijn maar niet vragen dat het kind naar huis komt. De derde is een bepaling die al sinds 1985 bestaat: jongeren van dertien jaar en ouder kunnen zonder toestemming van hun ouders ambulante geestelijke gezondheidszorg krijgen (bron).
Waarom lagere rechters de zaak niet inhoudelijk beoordeelden
De ouders en de twee organisaties die de wetten aanvochten, kregen bij de federale rechtbank en bij het Ninth Circuit Court of Appeals geen inhoudelijk oordeel. Het hof oordeelde dat de schade die zij nu al stellen te lijden 'zelf toegebracht' (vertaald) is, omdat zij hun opvoeding uit eigen beweging hebben aangepast, en dat de schade die zij voor de toekomst vrezen te speculatief is. Geen van de ouders stelde dat de wetten al op het eigen gezin waren toegepast. Daarmee voldeden zij volgens het hof niet aan de eisen voor legal standing onder Article III van de grondwet — het recht om überhaupt een zaak aanhangig te maken (bron). De vraag die nu aan het Hooggerechtshof voorligt, is dus niet of de wetten zelf standhouden, maar of ouders procesbevoegd zijn tegen een wet of beleid dat, in de woorden van de verzoekers, hun beslissende rol bij de 'gendertransitie' van hun kinderen bewust opzijzet.
Waarom de uitspraak verder reikt dan Washington
De verzoekers schrijven in hun verzoekschrift dat een uitspraak over de procesbevoegdheid ook richting geeft aan tientallen rechtszaken elders in het land over schoolbeleid rond de gendertransitie van leerlingen. Wijst het Hooggerechtshof de procesbevoegdheid af, dan blijft het oordeel staan dat deze ouders pas kunnen procederen als zij concrete of dreigende schade kunnen aantonen. Erkent het hof de procesbevoegdheid wel, dan kan de inhoudelijke vraag — botsen de wetten met het grondwettelijk beschermde ouderlijk gezag — alsnog aan de rechter worden voorgelegd.
Wat nu volgt
De mondelinge behandeling staat gepland op maandag 7 december 2026 (bron). De rechtszaak is in de lagere instanties afgewezen; de Washingtonse wetten zijn dus van kracht gebleven.

Saskia Weijermars
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat houdt de Washingtonse wet ESSB 5599 precies in?
De wet uit 2023 verplicht erkende jongerenopvang om bij een weggelopen minderjarige die 'beschermde gezondheidszorg' zoekt of krijgt — genderbevestigende behandeling of reproductieve zorg — niet de ouders maar het Department of Children, Youth, and Families in te lichten. Dat departement moet te goeder trouw proberen de ouders te berichten en gezinsbemiddeling aanbieden. Het verblijf tot negentig dagen is geregeld in een andere wet uit 2023 (SHB 1406); dat jongeren vanaf 13 jaar zonder ouderlijke toestemming ambulante geestelijke zorg kunnen krijgen, staat al sinds 1985 in de wet.
Wat betekent 'legal standing' in deze zaak?
Het is het recht om een zaak sowieso aan een rechter voor te leggen. Het Ninth Circuit oordeelde dat de ouders dat recht niet hadden omdat hun schade zelf toegebracht en te speculatief zou zijn — waardoor de zaak nooit inhoudelijk is beoordeeld. Het Hooggerechtshof kijkt nu naar precies dat punt.
Wanneer behandelt het Hooggerechtshof de zaak?
Het Hooggerechtshof besloot op 29 juni 2026 de zaak te behandelen. De mondelinge behandeling staat gepland op 7 december 2026.