zelfidentificatie

India voor het Hooggerechtshof: zelfidentificatie zou minstens 169 wetsartikelen onwerkbaar maken

20 augustus 2026

De Indiase regering verdedigt voor het Hooggerechtshof een wetswijziging die een medische toets invoert voor transgender personen. De Solicitor General voert aan dat onbeperkte zelfidentificatie minstens 169 wetsartikelen onwerkbaar zou maken, en noemt erfrecht en sekse-gescheiden toiletten als voorbeeld.

Op 3 augustus 2026 boog een drietal rechters van het Indiase Hooggerechtshof zich over een zaak die de kern raakt van het internationale debat over zelfidentificatie: mag een overheid van burgers vragen hun genderidentiteit medisch te laten vaststellen, of moet een verklaring op eigen gezag volstaan? De Solicitor General van de Indiase regering koos daarbij een ongewoon concreet argument — niet principieel, maar bestuurlijk: onbeperkte zelfidentificatie zou minstens 169 wetsbepalingen in uiteenlopende wetten onwerkbaar ("unworkable") maken (bron).

De zaak: een wet die een medische toets invoert

Centraal staat de Transgender Persons (Protection of Rights) Amendment Act 2026, die op 25 mei 2026 van kracht werd. Op 3 augustus dienden twee samenhangende zaken voor een bench onder leiding van Chief Justice Surya Kant, samen met de Justices Joymalya Bagchi en V. Mohana: een nieuwe petitie tegen de gewijzigde wet en een oudere reeks zaken tegen de wet als geheel. Voor de petitionarissen traden onder meer de senior advocates Anand Grover (namens petitionaris Anuraj M.), Jayna Kothari en Arundhati Katju op. Tegenover hen stond namens de regering Solicitor General Tushar Mehta (bron).

De wetswijziging bepaalt dat de District Magistrate een identiteitscertificaat als transgender persoon pas afgeeft na beoordeling van de aanbeveling van een aangewezen medische commissie, onder leiding van een Chief Medical Officer of Deputy Chief Medical Officer (bron). Volgens advocaat Anand Grover wijkt de wijziging scherp af van wat het Hooggerechtshof ruim tien jaar geleden had vastgesteld (bron).

Het argument van de regering: 169 wetsartikelen

Mehta voerde aan dat minstens 169 bepalingen in verschillende wetten onwerkbaar worden als het argument wordt aanvaard dat iemand die als man is geboren als vrouw moet worden behandeld. Hij gaf daarbij twee voorbeelden: iemand die als man is geboren en een toilet voor vrouwen gaat gebruiken, en de vraag of bij overlijden zonder testament het erfrecht voor hindoemannen of dat voor hindoevrouwen geldt. Volgens Mehta heeft het parlement de wet herzien na afweging van de bredere gevolgen van onbeperkte zelfidentificatie (bron). Het is een argumentatielijn die inhoudelijk sterk lijkt op wat ook in westerse zelfidentificatie-debatten terugkeert: niet de vraag óf iemand zich mag identificeren zoals hij of zij wil, maar wat er gebeurt met wetgeving die stilzwijgend uitgaat van een objectief, extern vast te stellen geslacht.

Verworven rechten en de NALSA-uitspraak

Justice Bagchi bracht tijdens de zitting een belangrijke nuance aan: rechten die onder de oude regeling al waren verkregen, blijven naar zijn oordeel bestaan, omdat de nieuwe wet prospectief werkt en de wetgever er geen intrekkende werking aan heeft gegeven (bron). Dat raakt aan de kern van de zaak, want in de NALSA-uitspraak van 2014 bevestigde het Hooggerechtshof het recht van transgender personen om zelf hun gender te bepalen en overwoog het dat artikel 21 van de grondwet dat recht op zelfbeschikking beschermt (bron). Volgens transgenderactivisten en belangenorganisaties is de medische-evaluatie-eis uit de nieuwe wet in strijd met die uitspraak en schendt die het recht op lichamelijke integriteit en privacy dat onder artikel 21 wordt beschermd (bron).

Waarom deze zaak verder reikt dan India

De Indiase zaak is interessant voor het Nederlandse en bredere Europese debat: de regering verdedigt hier voor de hoogste rechter een wet die een medische toets invoert, nadat datzelfde hof in 2014 het recht op zelfidentificatie had bevestigd. Welke 169 bepalingen de regering bedoelt, is in de berichtgeving over de zitting niet uitgewerkt; Mehta kondigde een uitgebreide schriftelijke reactie aan. Een einduitspraak is er nog niet. Op 17 augustus 2026 zegde de regering toe dat al afgegeven identiteitskaarten geldig blijven; het hof weigerde verdere voorlopige maatregelen voor mensen die midden in een transitie zitten zolang de regering niet had gereageerd (bron). De argumentatie die er nu ligt, zet twee juridische benaderingen tegenover elkaar: zelfidentificatie als grondrecht tegenover zelfidentificatie als bestuurlijk risico.

Saskia Weijermars

Saskia Weijermars

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat houdt de Transgender Persons (Protection of Rights) Amendment Act 2026 in?

De wetswijziging, van kracht sinds 25 mei 2026, bepaalt dat de District Magistrate een identiteitscertificaat als transgender persoon pas afgeeft na beoordeling van de aanbeveling van een aangewezen medische commissie. Volgens de petities tegen de wet breekt dat met het recht op zelfidentificatie uit de NALSA-uitspraak van 2014.

Waarom noemt de Indiase regering het getal 169?

Solicitor General Tushar Mehta stelde voor het Hooggerechtshof dat minstens 169 wetsbepalingen in verschillende wetten onwerkbaar worden als onbeperkte zelfidentificatie wordt aanvaard. Als voorbeelden noemde hij het gebruik van vrouwentoiletten en de vraag welk erfrecht geldt als iemand zonder testament overlijdt.

Wat is de NALSA-uitspraak en waarom is die relevant?

In de NALSA-uitspraak van 2014 bevestigde het Indiase Hooggerechtshof het recht van transgender personen om zelf hun gender te bepalen en droeg het de overheid op die genderidentiteit wettelijk te erkennen. De petities tegen de wet van 2026 stellen dat de wetswijziging die uitspraak ontmantelt en ongrondwettig is.