De sterke toename van aanmeldingen
Het aantal aanmeldingen van kinderen en jongeren voor transgenderzorg steeg tussen 2020 en 2022 van 1.179 naar 2.772. Er melden zich nu meer geboren meisjes dan geboren jongens aan, en vaker in de adolescentie.
Het aantal aanmeldingen voor transgenderzorg is in Nederland de afgelopen jaren sterk gestegen. Onder kinderen en jongeren ging het aantal aanmeldingen bij ggz-aanbieders en universitair medische centra tussen 2020 en 2022 van 1.179 naar 2.772, schrijft de Gezondheidsraad in het advies Transgenderzorg voor jongeren van 30 juni 2026 (bron). Ook de samenstelling van de groep is verschoven: er worden nu meer jongeren verwezen die bij de geboorte als meisje zijn geregistreerd dan jongeren die als jongen zijn geregistreerd, en zij zijn bij aanmelding vaker ouder, in de adolescentie.
Wat de cijfers laten zien
De verschuiving is eerder beschreven voor Amsterdam. Aitken en collega's (2015) vergeleken adolescenten die waren verwezen naar een genderkliniek in Toronto en een in Amsterdam: tussen 2006 en 2013 waren geboren meisjes in de meerderheid, in de jaren daarvoor geboren jongens (bron). Een studie onder 1.766 kinderen en adolescenten uit het Amsterdamse cohort (Van der Loos en collega's, 2023) beschrijft een steile toename van het aantal verwijzingen, een verhouding die doorslaat naar geboren meisjes en een stijgende leeftijd bij de intake (bron).
Volgens de Gezondheidsraad hebben jongeren die zich in recente jaren aanmelden daarnaast vaker een non-binaire genderidentiteit en vaker bijkomende psychosociale problematiek, bijvoorbeeld autisme, stemmingsproblemen of ADHD.
Over de oorzaken is weinig bekend
Waardoor de aanmeldingen zijn gestegen en de groep is veranderd, is niet vastgesteld. De Gezondheidsraad schrijft dat onderzoek naar de oorzaken van deze veranderende demografie op dit moment niet voorhanden is. Het advies haalt een rapport van de Radboud Universiteit en het Radboudumc uit 2023 aan: het is onbekend of het aantal trans personen daadwerkelijk is toegenomen, maar wel duidelijk dat zij meer zichtbaar zijn dan voorheen. Aitken en collega's dragen voor de omkering van de sekseverhouding sociologische en socioculturele verklaringen aan.
Waarom het ertoe doet
De verschuiving roept vragen op over diagnostiek en over de vraag of de zorg is afgestemd op deze nieuwe groep. De Gezondheidsraad noemt het een kennishiaat: ook onderzoek naar de gevolgen van de veranderde samenstelling voor de uitkomsten van hormoonbehandelingen is er nog niet. De commissie vindt studies nodig met een onderzoekspopulatie die representatief is voor de groep die zich nu aanmeldt.