De Transgenderwet: stand van zaken
Het wetsvoorstel om de deskundigenverklaring te schrappen is in augustus 2025 ingetrokken, na twee moties van de Tweede Kamer. De deskundigenverklaring en de leeftijdsgrens van zestien jaar gelden nog.
Het kabinet stelde in mei 2021 voor om de verplichte deskundigenverklaring bij wijziging van de geslachtsregistratie te schrappen (bron). Daarmee zou wijziging vanaf zestien jaar mogelijk worden op basis van enkel een eigen verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, die na vier tot twaalf weken in persoon bevestigd moest worden. Voor kinderen jonger dan zestien jaar zou wijziging mogelijk worden via een verzoek aan de rechtbank (bron).
Het voorstel is één keer bij nota van wijziging aangepast: in november 2021 kwam er een bepaling bij waarmee een minderjarige bij een geschil met de ouders of de voogd zelf de rechter kan benaderen (bron). De Tweede Kamer begon op 27 en 28 september 2022 met het plenaire debat, maar rondde het niet af; in september 2023 verklaarde de commissie het voorstel controversieel (bron).
Op 8 april 2025 nam de Tweede Kamer een motie aan die het kabinet vroeg uitvoering te geven aan een eerdere motie om het voorstel binnen een maand in te trekken. De staatssecretaris trok het wetsvoorstel in met een brief van 11 augustus 2025 (bron). Door een administratieve fout werd een afschrift van die brief pas in januari 2026 gepubliceerd (bron). De wet is dus niet gewijzigd: wie zestien jaar of ouder is, kan aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en moet daarbij een deskundigenverklaring overleggen (bron).
De kern van de discussie
Volgens de memorie van toelichting vinden transgender personen en de belangenorganisaties Transgender Netwerk Nederland, NNID en COC dat de deskundigenverklaring inbreuk maakt op het zelfbeschikkingsrecht, en wijzen zij op praktische nadelen zoals de kosten (bron). In het verslag van de Kamercommissie staan de zorgen die burgers en organisaties over het voorstel uitten: misbruik en fraude, de veiligheid van vrouwen in kleedkamers, vrouwenopvang en vrouwengevangenissen, en de gevolgen voor vrouwensport (bron).