Zelfidentificatie in cijfers: wat de biologie laat zien
Een analyse van de cijfers achter de inmiddels ingetrokken Nederlandse zelfidentificatiewet: hoe vaak wijkt geslacht werkelijk af, en wat zou het loslaten van de deskundigenverklaring betekenen voor vrouwenrechten en -ruimtes?
Het debat over de zelfidentificatiewet gaat vaak over principes — het recht op zelfbeschikking tegenover de bescherming van vrouwenruimtes en -sport. Marieke den Ouden zette in september 2022, toen de Tweede Kamer het wetsvoorstel behandelde, de cijfers op een rij. Volgens haar is de groep om wie het gaat kleiner dan het debat soms suggereert, en is juist dat een reden om een deskundigenverklaring niet zomaar los te laten.
Hoe vaak wijkt geslacht af van het geboortepatroon?
Hoe vaak het geslacht bij de geboorte niet eenduidig is, hangt af van de definitie. Leonard Sax kwam in 2002 uit op ongeveer 0,018 procent, wanneer intersekse wordt beperkt tot aandoeningen waarbij het chromosomale geslacht niet overeenkomt met het fenotypische geslacht of waarbij het fenotype niet als man of vrouw is in te delen. De veel aangehaalde schatting van 1,7 procent van Anne Fausto-Sterling omvat volgens Sax ook aandoeningen die de meeste clinici niet als intersekse beschouwen, zoals het syndroom van Klinefelter, het syndroom van Turner en de laat optredende vorm van bijnierhyperplasie (bron). Losstaand daarvan vroeg Rutgers in 2017 ruim 17.000 volwassenen van 18 tot 80 jaar of zij zich man, vrouw, beide of geen van beide voelen. Van hen identificeerde 1,6 procent zich niet volledig of uitsluitend met het geboortegeslacht: 0,3 procent ervoer een genderidentiteit die overeenkomt met het andere geslacht, de overigen voelden zich zowel man als vrouw, geen van beide, wisten het (nog) niet of antwoordden “anders”. Van de 222 personen om wie het ging, gaven er zes aan een geslachtsaanpassende behandeling te hebben gehad (bron).
Vrije genderexpressie bestaat al binnen het huidige recht
Een terugkerend argument vóór zelfidentificatie is dat mensen de vrijheid moeten hebben zich te kleden, te gedragen en te presenteren zoals zij willen. Den Ouden stelt dat die vrijheid in Nederland al bestaat, los van wat er in een geboorteakte staat. De vraag bij de zelfidentificatiewet is in die redenering niet of mensen zichzelf mogen zijn, maar of de juridische registratie van geslacht — met de gevolgen die dat heeft voor bijvoorbeeld vrouwenruimtes, vrouwensport en statistiek — voortaan zonder onafhankelijke toets kan worden gewijzigd.
Waarom een deskundigenverklaring bescherming biedt
Wie de vermelding van het geslacht in de geboorteakte wil laten wijzigen, moet nu een verklaring van een aangewezen deskundige overleggen (bron). Volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is die verklaring in de wet opgenomen om te vermijden dat een wijziging berust op een opwelling of waanvoorstelling en om identiteitsfraude te voorkomen (bron). Den Ouden ziet de verklaring als toets tegen wat zij “genderopportunisme” noemt: het aanvragen van een geslachtswijziging om toegang te krijgen tot vrouwenruimtes of vrouwencompetities. Zij wijst daarbij op cijfers uit hetzelfde Rutgers-onderzoek: 19 procent van de vrouwen zegt weleens gedwongen te zijn om seksuele dingen te doen die zij niet wilde, en 11 procent heeft ooit geslachtsgemeenschap tegen haar wil gehad (bron). Dat gegeven weegt volgens haar mee bij de vraag wie onder welke voorwaarden toegang krijgt tot besloten vrouwenruimtes.
Wat er op het spel staat
Volgens de memorie van toelichting vormt de deskundigenverklaring volgens transgender personen en de belangenorganisaties TNN, NNID en COC een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht; dezelfde toelichting vermeldt dat fraude of misbruik in Argentinië, Ierland, Malta en Noorwegen volgens de onderzoekers niet aan de orde lijkt te zijn (bron). Critici zoals Den Ouden antwoorden dat juist de combinatie van een kleine groep en verstrekkende juridische gevolgen vraagt om een zorgvuldige, onafhankelijke toets — niet om die toets af te schaffen. Het wetsvoorstel is inmiddels ingetrokken: de staatssecretaris ondertekende de intrekkingsbrief op 11 augustus 2025 (bron). Komt een dergelijke wet opnieuw op de agenda, dan is inzicht in de omvang van de doelgroep en in de maatschappelijke gevolgen volgens deze critici onmisbaar.

Saskia Weijermars
Redactie
Veelgestelde vragen
Hoeveel mensen worden geboren met onduidelijke geslachtskenmerken?
Dat hangt af van de definitie. Leonard Sax kwam in 2002 uit op ongeveer 0,018 procent, bij een definitie die zich beperkt tot aandoeningen waarbij het chromosomale geslacht niet overeenkomt met het fenotypische geslacht of het fenotype niet als man of vrouw is in te delen. De ruimere schatting van 1,7 procent van Anne Fausto-Sterling telt ook aandoeningen mee zoals het syndroom van Klinefelter en het syndroom van Turner.
Wat zou de zelfidentificatiewet aan de huidige procedure veranderen?
Het wetsvoorstel zou de eis van een deskundigenverklaring laten vervallen, waardoor een wijziging van de geslachtsregistratie op eigen verklaring mogelijk zou worden in plaats van na een onafhankelijke toets. Het wetsvoorstel is in augustus 2025 ingetrokken; de deskundigenverklaring is dus nog steeds vereist.
Waarom noemen critici de deskundigenverklaring belangrijk?
Zij zien de verklaring als onafhankelijke drempel tegen misbruik van de procedure, bijvoorbeeld om toegang te krijgen tot vrouwenruimtes of -sport zonder dat daar een genderincongruentie aan ten grondslag ligt.