Trevor Project claimde tot 72% meer suïcidepogingen door wetgeving — het cijfer steunt op één staat
Een veelgeciteerd onderzoek van het Trevor Project claimde dat 'anti-transgender' wetten tot 72% meer suïcidepogingen leidden bij trans jongeren. Volgens een kritiek in hetzelfde tijdschrift steunt dat cijfer op één staat en ongeveer zestig tieners; de auteurs houden vast aan hun conclusie.
In september 2024 publiceerden onderzoekers van het Trevor Project — een Amerikaanse organisatie voor suïcidepreventie onder lhbtq-jongeren, die volgens SEGM ook via publieke belangenbehartiging en als amicus curiae in rechtszaken stelling neemt tegen wetgeving die zij 'anti-transgender' noemt — een onderzoek in het vaktijdschrift Nature Human Behaviour (bron). De kernclaim: 'anti-transgender' wetten van Amerikaanse staten, door de auteurs omschreven als wetten die de rechten van transgender en non-binaire mensen beperken, zouden het aantal suïcidepogingen in het afgelopen jaar onder transgender en non-binaire jongeren met 7 tot 72 procent hebben verhoogd. Die cijfers gaan volgens SEGM over de groep van 13 tot 17 jaar. Volgens SEGM is het cijfer daarna overgenomen in media, beleidsnotities, overheidsrichtlijnen en nascholing, en is het artikel meer dan 130 keer aangehaald in de wetenschappelijke literatuur.
Wat het onderzoek beweerde
De onderzoekers — volgens de belangenverklaring bij het artikel allen huidige of voormalige medewerkers van het Trevor Project (bron) — gebruikten een 'difference-in-differences'-methode: ze vergeleken zelfgerapporteerde suïcidepogingen vóór en na invoering van wetten, in staten met en zonder zulke wetgeving. De data kwamen uit een online enquête die tussen 2018 en 2022 werd afgenomen; het onderzoek betrof 61.240 transgender en non-binaire jongeren van 13 tot 24 jaar, van wie 35.196 van 13 tot 17 jaar. Het ging om 48 wetten in 19 staten. Volgens SEGM gingen 30 daarvan over deelname aan wedstrijdsport en 7 over medische transitie; de overige gingen over identiteitsdocumenten, schoolactiviteiten, toiletgebruik en uitzonderingen op grond van religie. De onderliggende gedachte van de auteurs, zoals SEGM die weergeeft: zulke wetten vergroten bestaande psychische kwetsbaarheid en geven jongeren een signaal van maatschappelijke afwijzing.
Eén staat draagt het hoogste cijfer
De kritiek komt uit een commentaar van J. Cohn, Peter Sim en Kathleen Kerr dat op 28 mei 2026 in hetzelfde tijdschrift verscheen (bron). SEGM (Society for Evidence-Based Gender Medicine), waaraan Cohn verbonden is, vatte die kritiek op 16 juni 2026 samen en voorzag haar van eigen commentaar. Volgens die samenvatting leverde alleen Idaho gegevens voor het tweede en derde jaar na invoering van een wet, en komt het cijfer van 72 procent dus uit die ene staat. De twee betrokken wetten in Idaho, over schoolsport en over geboorteakten, waren volgens SEGM in het najaar van 2020 al door de rechter geblokkeerd, een jaar voordat de stijging in de cijfers verscheen. Geen van beide wetten ging over medische transitie van minderjarigen. SEGM concludeert dat de stijging daarom redelijkerwijs niet aan de wetgeving kan worden toegeschreven.
Zestig tieners, een zwakke p-waarde
Het cijfer van 72 procent berust volgens SEGM op naar schatting zestig jongeren van 13 tot 17 jaar in Idaho per meetperiode — ongeveer een kwart procent van de geanalyseerde 13- tot 17-jarigen. Het lagere cijfer van 7 procent, gebaseerd op zes staten, haalde met een p-waarde van 0,049 nog net de gangbare grens van statistische significantie, zonder dat een correctie is beschreven voor de minstens dertig vergelijkingen in dezelfde analyse. Bij zoveel toetsen zonder correctie is de kans op een toevalstreffer groot.
Placebo-tests geven een waarschuwingssignaal
SEGM wijst, in navolging van Cohn en collega's, ook op controles die de onderzoekers zelf uitvoerden. Zij toetsten twee uitkomsten waarop de wetten naar verwachting geen invloed hebben: dakloosheid en voltijds werk. In Idaho gaf het model voor beide toch een effect, in dezelfde periode die het cijfer van 72 procent opleverde. Volgens SEGM is dat een waarschuwing dat de verandering in die periode door andere factoren dan de wetten kan zijn veroorzaakt; als voorbeeld noemt de kritiek dat Idaho in het najaar van 2021 de zorg rantsoeneerde vanwege de coronapandemie. Daarnaast verschilden de controlestaten volgens de kritiek qua geografie, cultuur en politiek sterk van Idaho, wat de aanname dat de trends zonder wetgeving parallel zouden zijn gelopen onzeker maakt. Ook de presentatie krijgt kritiek: de auteurs zetten een geschatte toename van 0,39 suïcidepogingen per persoon af tegen het steekproefgemiddelde van 0,54 en kwamen zo op '72 procent'. Volgens SEGM is dat geen juiste maat voor de verandering die aan de wetten is toe te schrijven.
Waarom dit meer is dan een Amerikaanse rekenkwestie
Het onderzoek gaat over Amerikaanse wetten, maar het bredere argument dat terughoudendheid in genderzorg voor jongeren mensenlevens kost, komt ook aan bod in de Cass Review. Die ging niet over wetgeving maar over behandeling, en concludeerde dat het bewijs de stelling dat genderbevestigende behandeling het suïciderisico verlaagt niet voldoende ondersteunt (bron, paragraaf 15.43). Het onderzoek van het Trevor Project is bovendien uitgevoerd, gepresenteerd en verspreid door een organisatie die zelf stelling neemt tegen de onderzochte wetten. Dat maakt onafhankelijke toetsing niet overbodig, maar juist noodzakelijker. Zie ook ons artikel over de WPATH Files.
Ook op genderzorgen.nl is het bredere 'transition or suicide'-argument eerder besproken.
Bron versus duiding
Het Trevor Project-onderzoek zelf claimt een causaal verband tussen wetgeving en suïcidepogingen. SEGM heeft de data niet opnieuw geanalyseerd, maar vat de gepubliceerde kritiek van Cohn en collega's samen en concludeert dat de belangrijkste bevinding, een stijging tot 72 procent, niet houdbaar is op basis van het gepresenteerde materiaal en dat een formele correctie op zijn plaats zou zijn. De auteurs van het Trevor Project hebben in hetzelfde tijdschrift op de kritiek gereageerd (bron). Volgens SEGM erkennen zij de prominente rol van Idaho in de schattingen, maar schrijven zij dat de kritiek de interpretatie van hun bevindingen niet verandert.
Veelgestelde vragen

Saskia Weijermars
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat beweerde het Trevor Project-onderzoek precies?
Het onderzoek, gepubliceerd in Nature Human Behaviour (2024), concludeerde dat 'anti-transgender' wetten van Amerikaanse staten het aantal suïcidepogingen in het afgelopen jaar onder transgender en non-binaire jongeren met 7 tot 72 procent verhoogden. Volgens SEGM gingen 30 van de 48 onderzochte wetten over wedstrijdsport en 7 over medische transitie.
Waarom is het 72%-cijfer volgens SEGM onbetrouwbaar?
Volgens de kritiek van Cohn en collega's, die SEGM samenvat, komt het cijfer uit één staat (Idaho) met naar schatting zestig tieners per meetperiode, terwijl de twee betrokken wetten daar al door de rechter waren geblokkeerd. Het model gaf in dezelfde periode ook een effect op dakloosheid en voltijds werk, uitkomsten waarop de wetten geen invloed zouden hebben. De auteurs schrijven in hun reactie dat de kritiek hun interpretatie niet verandert.
Wie voerde het onderzoek uit en speelt dat een rol?
Alle auteurs zijn volgens de belangenverklaring bij het artikel huidige of voormalige medewerkers van het Trevor Project. Volgens SEGM keert die organisatie zich via publieke belangenbehartiging en als amicus curiae in rechtszaken tegen zulke wetgeving, en was het belang wel gemeld maar niet ondervangen met bijvoorbeeld preregistratie of toegang tot de data. Een van de auteurs van de kritiek, J. Cohn, is op zijn beurt verbonden aan SEGM.